Klik voor een grotere versie.
Ik woon in de Warmoesstraat. Dat is een toffe straat waar het goed is om wonen, zonder meer. Recent werden we allemaal overspoeld door telefoontjes en mailtjes van vrienden, familie en collega’s die bezorgd vroegen of ons huis er nog stond en of alles wel ok was. Reden? Een gaslek waardoor een 100-tal mensen op zondagavond op hun sleffers en in peignoir naar buurtzaaltjes moest verhuizen wegens ontploffingsgevaar. Nu, de straat is lang, en in ons stukje was daar niets van te merken.
Wel loop ik geregeld langs de plek van het lek. De straat ligt er ondertussen al bijna 4 weken opengebroken, met de gekende geel-blauwe hekken errond.

Sinds eergisteren heeft iemand (buurtbewoner?) zijn ongenoegen met de voortgang van de werken subtiel aangegeven:
Stel, vrienden uit binnen- of buitenland komen voor enkele dagen op bezoek . Je denkt na welk programma je voor je vrienden kunt samenstellen, want uiteraard wil je in die korte tijd laten zien wat Brussel zoal te bieden heeft. Je wilt je favoriete plekjes tonen, maar waarom zou je van de ongedeelde aandacht van je bezoekers geen gebruik maken om zelf nieuwe dingen te ontdekken? Je gaat voor een boeiende mix van activiteiten. Je houdt rekening met de interesses en de talenkennis van de reizigers, de tijd van het jaar, de cultuurkalender. Wat zou er dan uit de bus kunnen komen?
Na twee jaar in Brussel heb ik al wat ervaring opgedaan met bezoek. Ik wil van Brussel vooral de contrasten tonen, de smalle straatjes en de boulevards, de plompe lelijkheid en de verborgen schoonheid, stadsvernieuwing en de charme van het verval, het multiculturele, meertalige karakter, de gastronomische geneugten, de cafécultuur, de brede waaier van culturele activiteiten, de kleurrijke markten. Bezoekers die hier voor het eerst zijn, schotel ik uiteraard de evidente bezienswaardigheden voor. Zeg maar de grote drie: Atomium, Manneken Pis en Grote Markt. Frieten, bier en chocolade staan eveneens op het menu. Maar dan? En vooral in deze barre wintertijden?
Kijk, kijk! Bij Pietel: een ganse discussie over onze hoofdstad in de Vlaamse blogosfeer.
Met quotes als daar zijn:
Het probleem is dat we Brussel als een probleem zien. En niet als een oplossing. (klink mélo hé) Wij Vlamingen drukken Brussel niet aan het hart. En de Walen eigenlijk ook niet. Of dacht u dat u alle Franstaligen in België over één kam kon scheren? Brussel wordt geplet tussen het Vlaamse en Waalse gewest/gemeenschap en gekleineerd door de Federale overheid. Iedereen wil een stukje, zegt wat wel en niet mag, maar vertikt het om er deel van uit te maken.
en…
We gaan met Brussel nooit ergens komen als we de stad niet graag gaan zien, in onze harten sluiten en er ons om bekommeren. Wat moeten we echter aanvangen met al die werkloze jongeren, donkere kerels en bijhorende miserie? Hoe zorgen we er voor dat het Nederlands spontaan door heelder wijken klinkt. Wat doen we met die lelijke kantoorgebouwen, de auto-aders doorheen de stad en smerige straten?
En daar dan commentaren op over dat Nederlands en over het-er-ooit-nog-gewoond-hebben enzo! Doe gerust daar mee… jullie hebben ook zeker een mening.
Met z’n tweeën snoezen ze arm in arm de Kunstberg af. Jong stel op citytrip naar Brussel, enkele dagen voor valentijn.
Net of de liefde een spel speelt: dezelfde kleur van jas, identiek brilmontuur, verstrengelde sjaal…
Voor het muziekinstrumentenmuseum houden hun benen halt. De ene arm voor eeuwig aan die van de andere verankerd. In de nog vrije hand houden ze, elk apart, een oogje vast – dat ook dienst doet als oortje, maar nu even niet.
Met een knip staan de twee identieke plaatjes erop: nee, niet de naar de keel grijpende art-nouveaugevel van het museum, wel het grijze gewelf van het congresgebouw.
Zo nemen ze de stad in zich op: met parallelle uitwendige ogen – dat geeft dieptezicht. De controle over de vier kijkers op hun hoofd is immers overgenomen door de inwendige lavastromen waartegen zelfs geen muziekgevel bestand is.
Er zijn zondagnamiddagen dat ik er gewoon van geniet om rustig op een bankje in het Warandepark een boek te lezen.
Wat mij dan telkens weer uitermate verbaast zijn de talrijke stadsgenoten die veeleer verkiezen hijgend door het park te galopperen.
Ten gerieve van de sociologen, die binnen pakweg tweehonderd jaar de gewoontes van mensen in de stad in kaart zullen brengen, geef ik hierbij een korte handleiding.
Gelieve te noteren dat het slechts over één uur in de namiddag gaat op een doordeweekse zondag. Het onderwerp verdient grondiger onderzoek.
De eerste die uit de bocht komt is de Stofzuiger. Hij heeft een ongemakkelijk, veel te groot joggerspak, een slenterende parachute.
Heel soms struikelt hij lichtjes als zijn broekspijpen weer onder zijn Reeboks glijden. Om één en ander te verhelpen schuifelt hij voort, hij heft amper zijn voeten op. Zonder twijfel is hij celibatair.
Na de Stofzuiger passeert de Nonchalante, het is een nog jong meisje, eerder breed bemeten.
Het kan haar allemaal niet schelen, waarom loopt ze hier ?
Ze weet het zelf niet – ze heeft de vervelende contre-goûtloop, eigen aan dikke meisjes tijdens de turnles.
Daarachter moet ik plaats maken : daar is de Gehaaste weer.
Man’s gezicht is altijd gespannen en verbeten. Misschien loopt hij tegen zichzelf en dat kan je natuurlijk nooit winnen.
Waarschijnlijker is dat hij gewoon heel gehaast is, hij heeft een kwartiertje vrij gekregen van zijn vrouw en moet in die tijd al zijn rondjes malen. De stress van thuis lees je van zijn verbeten gezicht, vijftien minuten zijn te weinig om één en ander van zich af te lopen.
Continue reading ‘Kleine Encyclopedie van de Hardlopers’
Bruxelles la pauvre
Foto hierboven: cite-administrative-6518 van michaeluyttersp.
Het is de laatste tijd allesbehalve een goednieuwsshow voor Brussel. Een resem van gebeurtenissen kleurt de nationale berichtgeving over Brussel gitzwart: rellen, overvallen, geweld, achtervolgingen, moorden, onrust, vernielingen,…
Toen ik 10 jaar terug in Brussel kwam wonen waren die zaken er ook, maar in mindere mate en meestal ver van mijn bed. Momenteel is het verontrustend dat de onveiligheid dichterbij komt. De vernoemde plekken in het nieuws ken ik. Ze liggen vlakbij, om de hoek of ik ben er onlangs nog gepasseerd. Nog directer: gisterenmorgen stond ik op en zag dat er was ingebroken in 5 auto’s, de week ervoor een inbraak met geweld bij een vriend. Ja zelfs één van mijn favoriete cafés wordt afgeperst in ruil voor ‘beveiliging’. Zo komt de (georganiseerde) criminaliteit wel héél dichtbij.
Brusselaars zijn, denk ik, wat gewend en gaan onder dit alles gelaten hun gangetje. En op zich heb ik ook géén schrik, het is vooral frustratie. Het alles-kan-en-mag-effect uit zich vaak in kleine dingen. Van de hierbij gepaarde arrogantie moet ik kokhalzen. Het enige waarvan ik schrik heb is hoe het verder zal evolueren, hoe mijn kinderen in Brussel zullen opgroeien en hoelang ikzelf gelaten kan blijven. Uiteraard moet je alles in perspectief zien en heeft Brussel ‘gelukkig’ veel meer te bieden dan frustraties alleen. Ik vermoed dat de meeste Brusselaars zich daaraan ook optrekken. Continue reading ‘Brussel: Zero-Nul’
Wie weet waar deze grappig beschilderde camionette staat?
Een inzending van Anni Snoecx.

Voor velen is het niet veel meer dan het metrostation tussen Kruidtuin en Kunst-Wet. Een plek waar je een halve minuut per traject stilstaat. Doordat ik ondertussen reeds meer dan een jaar in Sint-Joost woon en in de buurt van het Barricadeplein werk, is dit station voor mij tweemaal daags de veilige corridor onder de kleine ring. Toch is het pas toen ik een nieuwe collega rondleidde in de buurt, dat mij begon te dagen dat ik helemaal geen benul had waar de naam ‘Madou’ vandaan kwam. Tijd dus voor een zoektocht naar waarom “Madou” “Madou” heet.
Voor de opnames van mijn Master afstudeerfilm, ben ik op zoek naar een vlaams meisje (11-14 jaar) met een maatje meer voor de hoofdrol in de kortfilm ‘CHANTALLEKE’.
De film vertelt het ‘coming of age’ verhaal van Chantal die het moeilijk heeft op te groeien in de harde wereld rondom haar.
Het grootse deel van de film wordt in Brussel gedraaid (schoolscènes, caféscènes,…). De opnames zijn gepland in april en de première vindt plaats op 25 juni 2010 in de Sfinx bioscoop te Gent. Daarna zal de film vertoond worden in het festivalcircuit.
Continue reading ‘Mollig meisje (11-14 jaar) gezocht voor kortfilm’
In een Afrikaans restaurant in Brussel: “Mijnheer, de prijzen zijn hier gedaald!” Waarop de ober laconiek antwoordt: “Jullie zijn in crisis, mijnheer.” Te verstaan: in crisis of wat hier voor een crisis moet doorgaan. ‘t is crisis, het eten wordt goedkoper.
“Ne pei van tachtig joer mag met e maske van 18 joer, maar ne
kadei van 18 joer mag nie poepen met zaan freule van zestien joer.”
Inderdaad, daar zit wat rek op.
Twee clochards in de Poverello willen daarrond mijn mening horen.
Ze hebben één en ander uit de Metrokrant die ze net opzij legden.
Ik heb direct een voltreffer achter de hand :
“Sommige maskes van 16 jaar hebben veel meer mature dan ne ket van 18 jaar.”
Het is maar de vraag wie wie verkracht in deze.
“En misschien past het maske van 18 jaar wel op dieje pei van 80 joer ?”
Het is allemaal hoe ge het beziet.
Veel verwarrende insteken voor de twee clochards.
Ze laten het dan ook meteen rusten.
Vanaf volgende week kan je Net Brussel bij je langs laten komen om gratis 3m³ grof huisvuil te laten ophalen. Per week doen ze een andere zone aan, met in totaal negen zones. Misschien het uitgelezen moment om die kapotte stoel of wasmachine mee te geven. Tot voor kort werd er één à twee maal per jaar een huisvuilophaling georganiseerd op vaste data en plekken in de stad. Van een ophaling kon je toen bezwaarlijk spreken aangezien je alles zelf moest brengen en laat dit net het probleem zijn met grof huisvuil. Niet iedereen kan zich organiseren of heeft het juiste vervoer om het tot aan de container te brengen.
Blijkbaar zijn ze toch tot inzicht gekomen dat zoiets niet echt werkt en is de nieuwe “3m³-actie” een positieve evolutie… Dacht ik. Het gratis 0800-nummer of eerder het call center van Net Brussel bleek een grote hinderpaal te zijn. Twee maal heb ik 10 minuten lang naar een wachtlijn geluisterd met de boodschap dat ik weldra zou geholpen worden door één van hun medewerkers. De enige hulp die ik ontving was een ‘biep’ waarop de lijn werd verbroken.
Sfeer, kleur en contrasten zijn deze week de woorden die de keuze van Brussel in Beeld kenmerken.
Foto hierboven: Monsieur René Magritte Museum, Bruxelles, Belgium van gbatistini.





Recente commentaren